Vandaag 10 jaar geleden, op 22 december 2014, overleed op
70-jarige leeftijd rockster en Woodstock-icoon Joe Cocker. Zijn overlijden kwam
46 jaar nadat hij voor de eerste keer de toppositie innam van de Engelse
hitparade met ‘With al little help from my friends’. In 1972 voorspelde het
muziekblad Rolling Stone dat Cocker, door zijn desastreuze leefstijl met
alcohol en drugs, het jaar 1973 niet zou halen. Gelukkig kon dit Amerikaanse
medium weinig paragnostische eigenschappen worden toegedicht.
(tekst: Wim Meijer)
Een stem om cokes mee te kloppen
We kunnen inmiddels de televisie niet meer aanzetten of er
staat wel iemand, met enigszins van spanning vertrokken bekkie, wonderschone
klanken uit te stoten ten overstaan van een kritische jury en een dito publiek,
zoals in Holland Got Talent, The Voice en al aangekondigd voor komend jaar Unplugged
en ook The Headliners. En jawel, ook al aangekondigd is dat, na te zijn
stopgezet in 2022 wegens de nodige schandalen, The Voice weer terugkomt op de
Nederlandse buis.
Wat ze allemaal met elkaar gemeen hebben is dat het niet
alleen in het gelijknamige programma, maar ook in de andere talentenjachten
steeds gaat om ‘the voice’. Dus: om ‘de stem’… en niet om ‘de Strot’. Wat ik daarmee bedoel:
Ik hoor de mooiste stemmetjes voorbij komen, maar zou er bij de huidige
talentenjachten ook nog ruimte zijn voor een Johnnie Cash, een Rod Stuart, een
Rod McKuen of een Bonnie Tyler? Stuk voor stuk artiesten die gedurende
tientallen jaren hebben bewezen het vak als zanger(es) niet alleen aan te
kunnen, maar het zelfs naar een hoger plan te kunnen trekken. Dat, ondanks het
feit dat ze allemaal één ding met elkaar gemeen hebben: een stem om cokes mee
te kloppen.
Dat je met een ‘rauwe strot’ je ook staande kunt houden
naast gerenommeerd operazanger Luciano Pavarotti bewees Joe Cocker
Muzikale grizzlybeer
Als er komend seizoen bij Unplugged, Headliner of The Voice
iemand met de strot van Joe Cocker begint te blazen, wat zou er dan gebeuren?
Zouden de stoeltjes collectief omdraaien, of zouden de juryleden stokstijf op
hun stoel blijven zitten totdat het doorleefde stemgeluid van ‘The Cocker’ zou
zijn gedoofd? Welnu, ik ben bang dat Joe tot zijn laatste schorre uithaal tegen
de rugleuningen van de stoelen aan zou moeten kijken. Ik denk namelijk dat er
weinig juryleden zijn die een zuiver nachtegaaltje, met de underdogsteun van
het publiek, naar huis zouden durven sturen ten gunste van een soort brullende
grizzlybeer. Alleen zou dat dan wel de misser van de eeuw zijn, want Cocker
heeft zich bewezen als een razend muzikale grizzlybeer. Toegegeven: Ook ik
moest even wennen aan het schurende stemgeluid en de spastisch aandoende
armbewegingen die door sommige idealisten gezien werden als ‘luchtgitaar
spelen’. Maar het wende. Het wende zelfs snel. En ik durf mijzelf te scharen
onder de trouwe liefhebbers van het werk van Joe Cocker.
Joe Cocker tijdens zijn optreden in 1969 in de Ed
Sullivan Show
With a little help…
Maar liefst 46 jaar duurde de succescarrière van Joe Cocker.
Die periode beleefde een vliegende start toen hij op 6 november 1968 de eerste
plaats bereikte van de UK Music Chart met het nummer With a little help from my
friends, een cover van de Beatlehit van het album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts
Club Band. Cocker veroverde niet alleen de toppositie in diverse hitlijsten in
Engeland. Ook de Verenigde Staten moesten er aan geloven nadat het Amerikaanse
publiek in 1969 via de populaire Ed Sullivan Show kennis had gemaakt met dit
ongepolijste rockfenomeen. Dat zette de deur voor Cocker open naar het
legendarische Woodstock Festival, waar hij een van zijn meest memorabele acts
neerzette, met onder andere de nummers “Delta Lady”, “Something’s Comin 'On”,
“Let’s Go Get Stoned” en “I Shall Be Released”
Mad Dogs en Englishmen
Na Woodstock volgde een langdurige tournee door de Verenigde
Staten met de door pianist Leon Russell samengestelde groep “Mad Dogs en
Englishmen”, bestaande uit maar liefst 30 musici, waaronder drie drummers en
negen achtergrondzangeressen (waaronder ook Rita Coolidge) De tournee bracht
grote hits voort, zoals: “High time we
went”, "Feelin 'Alright" en
een waanzinnige uitvoering van Julie London’s vijftiger jaren hit “Cry me a River”, waarop Cocker als een beest
tekeer ging en de ballade omboog tot een wild rockende gospel. Ook leverden de
opnamen van de concerten een succesvolle live-dubbelelpee op.
Rolling Stone’s dodenlijst
Het succes en vooral ook de slopende tournee door de VS,
eisten echter hun tol. De druk van de optredens leidde ertoe dat Cocker
depressief werd, wat zich vertaalde in het overmatig gebruik van alcohol,
marihuana en heroïne.
Die situatie zou zich in de daarop volgende jaren alleen
maar verergeren. Zodanig, dat in 1972 het muziekblad Rolling Stone Cocker op de
‘dodenlijst’ plaatste. Dit was een lijst van muzikanten die volgens het blad
1973 niet meer zouden halen. Het blad kan weinig paragnostische kwaliteiten
worden toegedicht, want van deze lijst is nu, eenenveertig jaar later, bijna
iedereen nog springlevend (denk aan, Iggy Pop en Keith Richards) Helaas geldt
dat sinds 22 december 2014 niet meer voor Joe Cocker.
Fire it up
Ondanks vele ups en downs is Joe Cocker nooit meer uit de
spotlights verdwenen en maakte hij in totaal 23 studio-albums. Zijn laatste
album “Fire It Up” dateert van november 2012 en met zijn daarop concerttour
leek hij op zijn 69e een betere conditie te hebben dan ooit tevoren. Hij deed
maar liefst 35 Europese muziekarena’s aan met zijn tour ‘Fire it up Live’
(waaronder de Heineken Music Hall) en oogde onverslijtbaar.
Vorige maand waren we weer getuige van de finale van Holland
Got Talent. Met miljoenen keken en luisteren onder andere naar het perfecte
stemgeluid van Florian. Hoe mooi ook, ik pleit voor het minder zoetge'Voice'de.
Ik pleit ervoor dat we volgend jaar, als The Voice weer terugkomt op tv, we die
‘V’ veranderen in de ‘S’ van “De STROT van Holland”. Al is het alleen maar om
te ervaren dat puur zuiver stemgeluid alléén niet zaligmakend is. Grommende
grizzly Cocker was daar het levende bewijs van. Joe Cocker… om nooit te
vergeten (N'oubliez Jamais)