Houtzaagmolen Alkmaarse uitvinding

De Molenkade.
Foto: eigen foto

Jammer van de Geestmolen, die donderdag zijn wieken verloor. Gelukkig heeft Alkmaar nog elf andere molens, die wel heel zijn.  Allemaal verwijzen ze naar het rijke molenverleden van Alkmaar. De houtzaagmolen is zelfs een Alkmaarse uitvinding geweest.

Alkmaar speelde in de vijftiende en zestiende eeuw een interessante rol  in de ontwikkeling van de  poldertechniek.  In 1407/1408 bijvoorbeeld verrees bij de stad de vroegst bekende windwatermolen van Holland. Rond 1530 beschikte de streek over grote achtkantige watermolens met de wieken in een draaibare kap, zoals we die nog steeds aantreffen.

In 1553 werd met een molen het zuidelijk van de stad gelegen Achtermeer drooggelegd. De eerste droogmakerij was een feit; de strijd tegen het water kon nu echt beginnen. Het Daalmeer, Zwijnsmeertje, Heilooërmeer en Boekelermeer volgden. Wijken en straten en in het geval van de Boekelermeer zelfs een compleet bedrijventerrein langs de A9 herinneren er aan. De Molenkade, met vier molens, is wel een heel sterk voorbeeld.

Run

Nog voor het beleg van de Spanjaarden in 1573 waren er enkele runmolens (ook wel schorsmolens genoemd) in Alkmaar. Daar werd eiken- of eekschors in gemalen,  een onontbeerlijke hulpstof voor de leerlooierijen. Van de gemalen schors werd run gemaakt, door er water aan toe te voegen. Dit bevatte looizuur.

Aan het einde van de zestiende eeuw kreeg Cornelis Cornelisz. Van Uitgeest octrooi op een echt Alkmaarse uitvinding: de houtzaagmolen. Op een erf noordelijk van het  Zeglis (waar  de nieuwe stadswijk Schelphoek is verrezen, aan het Noordhollands Kanaal)  ging de zagerij van start in molen Het Juffertje. Die verhuisde later naar Zaandam, waar in de loop van de zeventiende eeuw tientallen zaagmolens werden neergezet.

In 1586 verleende het stadsbestuur toestemming voor de bouw van een papiermolen met woonhuis aan het Zeglis. In 1604 volgde een tweede, aan de noordkant van de stad, De Dikke Guurt. De huidige Papiermolenstraat herinnert nog aan dit bedrijf. In de voor de stad belangrijke gort- en grutnering werden verschillende  molens voor het pellen van de gerst gebruikt.

Overigens gingen niet alle molens op windkracht. Bijvoorbeeld in de mosterdmakerij maakte men ook gebruik van paardenkracht. In de Mosterdsteeg liep in De Schelvisch een edele viervoeter de hele dag zijn rondjes.

Geestmolen wiekenloos.
Geestmolen wiekenloos.

 

Reacties

Cookieinstellingen