55+

Anja Schouten twee maanden burgemeester van Alkmaar: ‘Ik denk dat ik nog in de wittebroodsweken zit’

Op 23 juni 2021 werd mevrouw Anja Schouten beëdigd tot burgemeester van Alkmaar. Op 23 augustus zijn dus twee maanden verstreken. De redactie van Nieuws.nl bezocht haar voor een interview, waarin mevrouw Schouten iets vertelt over haar roots, haar opleiding en carrière. Maar natuurlijk vertelt ze ook hoe zij de eerste twee maanden heeft beleefd.

Tekst en foto’s Charles Duijff

Ik sprak met burgemeester Schouten in haar werkkamer in het stadhuis aan de Langestraat. Er bestaat al de nodige informatie over mevrouw Schouten op het internet, maar ik heb geprobeerd in te gaan op meer details omtrent haar jeugd, carrière en opleiding. Het blijkt een zeer veelzijdige persoonlijkheid, die zelfs de eerste vrouw in de korpsleiding van de Nederlandse Politie was!

Het interview

We gaan terug naar Alkmaar 1968, Werd u thuis geboren? Waar in Alkmaar stond uw wiegje?

Ik ben geboren in het Alkmaarse Elisabeth ziekenhuis, (Medisch Centrum Elisabeth) en ik woonde de eerste drie á vier jaar boven dansschool P. Kempen in de Breedstraat. Toen ik de leeftijd had bereikt om naar de kleuterschool te gaan, is ons gezin verhuisd naar het Rembrandtkwartier en daar ben ik ook opgegroeid.

Ik las in een ander interview, dat u later zelf ook heeft gedanst. Deed u die inspiratie al zo jong op?

Nee, dat heeft niets met plek te maken waar ik na mijn geboorte allereerst woonde. In die tijd was het volstrekt gebruikelijk dat je rond je 16e op dansles ging. Dat heb ik ook gedaan, als je 16 was ging je minimaal een jaar op dansles.

Was het Rembrandtkwartier net zo schilderachtig als de naam doet vermoeden?

 Ik had daar een geweldig leuke jeugd!  Dankzij twee stoepen aan weerszijde van de weg kon je er bijvoorbeeld ‘stoepranden’ Dat is een spel met een bal, die je naar de stoeprand tegenover je mikt.  Daar staat je tegenspeler, die op zijn/haar beurt de bal weer naar jouw kant mikt. De wijze waarop de bal terugkaatst levert vervolgens een verschil in punten op.

Ik herinner me dat er op een gegeven moment éénrichtingverkeer in de straat kwam. Dat was daarvoor helemaal niet nodig, zo weinig auto’s waren er toen nog. Tussen de straten zaten allemaal kleine steegjes, en je had mooie oevers langs de sloot. Ik kan me niet anders herinneren dan dat we eindeloos buiten speelden met heel veel buurmeisjes. Knikkeren, touwtjespringen, verstoppertje spelen. Toen we ouder werden zaten we langs de waterkant en hielden eindeloze gesprekken met elkaar. Ik herinner me de prachtig bloeiende Japanse Sierkersbomen zo rond de vroegere Koninginnedag op 30 april. Via de steegjes kon ik zo naar de school waar ik op zat.

U zat op de Paus Johannes de 23e basisschool?

Klopt, en wat té leuk is, toeval bestaat niet, ik kreeg vandaag een ansichtkaart van mijn juffen en meesters van de vroegere Paus Johannesschool. Die houden kennelijk nog reünietjes met elkaar. Dus ik krijg nu ‘post voor de burgemeester’ met de namen van mijn juffen en meesters van toen. (Hieronder bekijkt en leest mevrouw Schouten enthousiast en blij deze bijzondere kaart)De school staat er inmiddels niet meer. Je had in de Rembrandtkwartier de Sint Imelda kleuterschool en de Paus Johannes de 23e school. Die werden allebei gesloopt en op die plek kwam een huizenblok en een speelplaats.

Hoe zag uw ouderlijk gezin eruit? Was het gezin religieus?

Ik ben de oudste van 3 meiden. Ik heb dus twee jongere zusjes.

Ik heb van huis uit geen strenge religieuze wetten meegekregen, maar de Rooms Katholieke kerk speelde wel een belangrijke rol. Ik zat dus op een Roomse school, maar bidden op school heb ik niet meer meegemaakt. Ik was wel misdienaar en zat in het jeugdkoor, dus een deel van ons sociale leven speelde zich daar ook af.

Hoe verliep uw middelbareschooltijd?

Ik deed VWO op het Petrus Canicius College (PCC) in Alkmaar.

Daarna ging u naar de VU Amsterdam, en studeerde bedrijfskundige economie. Was de medische kant de rode draad in deze opleiding?

Nee, de VU heeft naast een grote medische faculteit meerdere faculteiten. Ik werkte tijdens die studie wel in een verpleeghuis. Ik ben eigenlijk al vanaf de PCC-periode toen ik 16 jaar oud was gaan werken in verpleeghuis de Hout, nu onderdeel van het Alkmaars ziekenhuis. Vanaf m’n 16e werkte ik dus wel in de ouderenzorg, maar dat zat niet in mijn opleiding.

Heeft u toen u in de ouderenzorg werkte met de gedachte gespeeld verpleegkundige te worden?

Absoluut! Ik heb een tijd verpleegkundige of arts willen worden, omdat ik dat echt mooi werk vind. Maar mijn cijfers waren niet hoog genoeg (we lachen). De toelatingseisen om ingeloot te worden voor de studie medicijnen waren fors. Ik had het qua leren wellicht beter kunnen doen, maar vond een heleboel andere dingen ook heel belangrijk. Ik heb vervolgens heel lang getwijfeld of ik economie zou gaan studeren, of verpleegkunde. Dus die studie verpleegkunde, ja het had gekund!

Het werd bedrijfskundige economie. Toch in 1990, toen u 22 jaar oud was een baan bij het Medisch Centrum Alkmaar?

Je kon tijdens de studie aan de VU ook stage gaan lopen en daarover een scriptie schrijven. Omdat ik toch al werkte in het verpleeghuis; ik voelde me thuis in de medische wereld; heb ik toen een stageplek gekregen in het Medisch Centrum Alkmaar. Maar dat was geen medische stage, het was een bedrijfskundige stage. Ik heb toen een plan gemaakt getiteld ‘Short stay logistiek perspectief’. Ik heb vervolgens advies aan de directie gegeven omtrent denkmodellen uit ‘short stay’. Dat zijn opnames van minder dan 5 dagen, in die tijd heel bijzonder, want toen gingen we van 14 dagen naar 5 verpleegdagen, een heel andere manier van verplegen. Mijn advies ging over de aanpassing van de werkroosters van het verplegend personeel aan de OK-roosters van de patiënten. De directie reageerde ‘dat kan helemaal niet’, maar vervolgens trachtte ik hen met passie van het tegendeel te overtuigen. De reactie was: ‘Dan kom je het ook zelf maar doen’. Ik ben aansluitend meteen in dienst getreden. Het werd mijn eerste grote mensenklus, een klus in dienstverband.  Zo ontstond het ‘planningsbureau’ en dat bestaat nog steeds, en dat vind ik zo leuk!! (we lachen) 

Dus ik werkte wel in het ziekenhuis, maar het was niet medisch, het was echt de bedrijfskundige kant. Maar wat wel gebeurde, doordat ik doorgaans heel nieuwsgierig ben en met iedereen ga praten, is dat men daar vergat dat ik geen zuster was, maar een bedrijfskundige. Toch ging iedereen me zien als één van hen. Ik ben uiteindelijk in dat ziekenhuis zelfs hoofdzuster geworden! Dat was mijn functietitel; sommige mensen werden daar heel boos over; maar ik ben dus geen verpleegkundige en nooit geweest ook.

Kijk je verder naar mijn loopbaan, dan gebeurde het eigenlijk steeds. Ik kom in het ziekenhuiswerken zonder dat ik dokter of verpleegkundige ben, maar het klikt eigenlijk zo goed, dat ik toch op zo’n plek kom. Daarna ga ik bij de brandweer werken zonder ervaring op dat gebied. Maar door hard werken kom ik toch in zo’n rampenstaf terecht. Dat is eigenlijk steeds gebeurd. Wat ik zelf eigenlijk heel vaak zeg, ik ben een soort ‘zij-instromer’ van beroep. Ik heb wel een gedegen opleiding, maar meestal niet de relevante vakopleiding. Die had ik niet in het ziekenhuis, niet bij de brandweer en in eerste instantie ook niet bij de politie. Bij de politie heb ik echter wel alle bevoegdheden gehaald om in uniform en volledig bewapend op straat te mogen. Maar ik ben dus een soort zij-instromer van beroep en dat is in het ziekenhuis begonnen.

Ik word vaak iets wat ik nog niet eerder geweest ben, omdat mensen mij dat durven toe te vertrouwen en tot nu toe is het steeds goed gegaan.

Hoe lang werkte u bij de brandweer?

Ik schat vier of vijf jaar. Eigenlijk was dat in het verleden altijd wel zo’n beetje mijn termijn.

In 2007 kwam u voor het eerst bij de politie. Vanaf 1945 tot 1993 bestond in Nederland de Rijks- en Gemeentepolitie. Hoe was de situatie toen u bij de politie kwam?

Er bestond toen al regiopolitie. ‘Even heel technisch:’ Binnen de Rijkspolitie had je een aantal onderdelen die in gebieden zat en je had een paar specialismen. Toen ik bij het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) werkte had je 24 regionale diensten (bijvoorbeeld Kennemerland) en daarnaast had je het 25e korps en dat was het KLPD. Dat waren alle dingen die je niet per gebied wilde organiseren. Dat was de Spoorwegpolitie, de Luchtvaart- en Waterpolitie, maar ook de hooggespecialiseerde onderdelen zoals de antiterreureenheid en de intelligent organisatie. Die eenheden zaten op 1 plek maar waren ten behoeve van allemaal. Dat was de KLPD. Het was echt een soort jongensboek waar ik in terecht kwam. Ik was toen de eerste vrouw in de korpsleiding. Inmiddels is 40 % van de politie een vrouw. Van de top is nu 50% vrouw.

Hoe worden de financiële middelen nu verdeeld over de politie?

Ik weet niet hoe het toen was tijdens de Gemeentepolitie-periode, dat is voor mij twee reorganisaties geleden. De politie krijgt nu budget rechtstreeks van het ministerie van Justitie en Veiligheid, zo’n 6 miljard en nog wat doeluitkeringen. Het bedrag wordt naar eenheidssterkte verdeeld.

Vier jaar later, per 1 november 2011, werd u benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Zorgbalans Haarlem Opnieuw koos u de medische kant van besturen.  Waar komt toch steeds die carrièreverandering vandaan? Houdt u na een aantal jaren een soort sabbatical?

Ja klopt, wat ik eigenlijk minimaal elke vijf jaar probeer te doen is goed nadenken wat ik de komende jaren wil beleven. Er zit niet een carrièreplan achter of zo, want volgens mij heb ik helemaal niet zo efficiënt gepland. Ik doe eigenlijk steeds waar ik zin in heb. Ik had het bij de politie goed naar mijn zin, maar mijn werkplek zat in Driebergen en mijn gezin in Heerhugowaard. Mijn kinderen waren nog klein en ik was veel van huis bij KLPD, omdat ik ook een internationale portefeuille had.

Gelet op de thuissituatie wilde ik dichter bij huis. Ik was ook vaak nachten niet in huis.

Dus mijn baan bij de politie was supergaaf, maar ik vond echt dat ik te weinig thuis was, vooral ’s avonds. De KLPD was een ontzettende glamourbaan, in de zin van: je hebt met hele specifieke politieonderdelen te maken, maar gewone mensen in een gewone wijk die kom je dus niet tegen, want dat zit bij de regiopolitie. Ik wilde ook dichter bij de ‘normale’ samenleving. Er kwam ook een grote reorganisatie van de nationale politie, dus iedereen was aan het kijken wat wil ik nu gaan doen en ik koos toen opnieuw voor de zorg. Ik ging toen eigenlijk terug naar mijn oude liefde.

Zorgbalans zat in 8 gemeenten, maar het hoofdkantoor stond in Haarlem. We deden erg veel in Velsen, in Bloemendaal en Heemstede, in Hoofddorp, Beverwijk. Er werkten 3000 mensen en we hadden per dag zo’n 6000 cliënten die hun zorg aan ons toevertrouwden.

Toen in 2017 toch weer terug bij de politie en nu bijna twee maanden de burgemeester van Alkmaar. Gelet op uw ervaring bij de politie op gedaan vormt dat een goede aansluiting bij de taak van de burgemeester schat ik in. Immers krachtens de gemeentewet bent u verantwoordelijk voor o.a. de veiligheid van de samenleving.

Wat ik merk, ik ben nu natuurlijk ook voorzitter van de veiligheidsregio. Alles wat te maken heeft bijvoorbeeld met corona, met evenementen, met de openbare orde, met voetbal, dat heb ik nog nooit als burgemeester ervaren, maar de structuur die er onder ligt, én de netwerken die er mee bezig zijn, die ken ik natuurlijk wel. Dus ik moet wel steeds even goed nadenken ‘wat is nu mijn rol’. Let wel, ik ben geen burgemeester geworden om politie te spelen! Maar het is voor mij wel heel makkelijk de adviezen van de politie te duiden, want weet hoe ze tot stand gekomen zijn en wat er allemaal achter ligt.

Ik schat in dat het ook voor de politie makkelijker is, want het gaat toch vooral ook om een goede samenwerking.

Het werkt op dit moment heel plezierig allemaal. Het zou ook ongemakkelijk kunnen zijn, maar dat is beslist niet aan de orde. Inderdaad, op dit deel van mijn werk kan ik terugvallen op wat ik eerder heb geleerd. Andere stukken van mijn werk, zoals bijvoorbeeld het raadswerk, de economische lobby, daarvan ben ik heel goed aan het leren hoe het allemaal zit.

U typeerde uzelf na uw beëdiging en de toespraak richting de gemeenteraad als een ‘atypische’ kandidaat, maar u wilt beslist geen kleurloze burgemeester zijn. Hoe heeft u dit in de praktijk ervaren de afgelopen maanden?

Ja weet je, ik denk dat ik nog in de wittebroodsweken zit. Dat moet je goed meenemen. Ik maak zoveel leuke, mooie en onroerende en indrukwekkende dingen mee deze maanden en allemaal tijdens ontmoeting met vele burgers en ondernemers. Ik heb de raadsleden gevraagd ‘Willen jullie me een paar uur van je tijd geven om kennis te maken?’ Vervolgens nemen de raadsleden me mee naar een inwoner of naar een club binnen Alkmaar én de dorpen die erbij horen. Ze nemen me mee naar een plaats waarvan zij denken ‘de burgemeester móet dit zien!’ Zo maak ik kennis met bijvoorbeeld daklozenopvang, wijkverenigingen, ondernemers, noem maar op. Op het water kijken is ook prachtig, ik kom op zoveel mooie plekken!  Voor een nieuwgierig mens als ik, en ik ben enorm nieuwsgierig, is het echt smullen! Wat me opvalt is dat ook de mensen graag willen kennismaken met de burgemeester en daar ook een beetje blij van worden.

Ik ben er ook blij mee (we lachen)

In het openingsfilmpje vertelt burgemeester Anja schouten in het kort nog even oven die positieve ervaringen van haar eerste burgemeestersmaanden in Alkmaar. Hieronder de reportage van de beëdiging van mevrouw Schouten op 23 juni 2021

Anja Schouten beëdigd tot nieuwe burgemeester van Alkmaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties

Cookieinstellingen